Projectbeschrijving De Gruyter Fabriek

De Gruyter Fabriek; Poort van het Zuiden

Honderd jaar geleden markeerde de industriële ontwikkeling van ’s-Hertogenbosch West de ‘Poort van het Zuiden’. Opnieuw affichieren gebied, gebouw en gebruiker zich als ontginningsgebied voor stad en regio. De transformatie van De Gruyter Fabriek bekrachtigt die nieuwe match.

In begin 20-eeuwse eeuw zijn in ’s-Hertogenbosch West aan de Dieze en spoor, vele industriële complexen gebouwd. Een omvangrijk gebouwcomplex (55.000 m2) van fa de Gruyter (grootgrutter en grootproducent voor de eigen supermarktketen) werd opgespannen tussen twee waterkades en een stamlijn. De industriële logistiek van productie, en van aan- en afvoer van grondstoffen, halffabrikaten en eindproducten, hebben het gebouw gevormd.

Het gebouw is een samengesteld cluster van gebouwdelen die dateren van verschillende bouwperiodes; van begin jaren ’30 tot midden jaren ‘60. Grofweg is het complex op te delen in hallen, depot en kantoor, via trappenhuizen, gangen en luchtbrug met elkaar verbonden. Licht- en luchthoven segmenteren de bouwvolumes. Het gebouw is opgebouwd uit een zwaar gedimensioneerd betonskelet in een stramienraster van 6x6 mtr, dat veelal doorloopt tot in de bakstenen gevels. De gevelopeningen zijn oorspronkelijk gevuld met stalen vensters en enkele beglazing.

Het gebouw is aangekocht door NV BIM en doet sinds de midden jaren ‘80 dienst als bedrijvencentrum voor uiteenlopende bedrijf- en kantoordisciplines. De nadruk vanaf dat moment lag op behoud en beheer. Veel ingrepen zijn gedaan op het verbeteren van het ‘praktisch comfort’ (kunststof kozijnen met isolerende beglazing, externe gevelbekleding met isolatie) en het versterken van een ‘moderne representatie’ (gevelschilderwerk, gevelbekleding). Intern hebben de vele (kleine) huurders de grote industriële ruimten ‘verhokt’. De installaties zijn sterk verouderd.

NV BIM zocht naar een nieuwe weg om vanuit voortgaand beheer en met behoud van de bestaande huurders het gebouw opnieuw te ontwikkelen (behoud door ontwikkeling). De bijzonderheid van het gebouw is benut om de differentiatie en flexibiliteit te genereren. Het gebouw is alzijdig gemaakt en de hoven vormen nieuwe entree’s. De eerste verdieping is over alle bouwlagen verbonden, een nieuwe loopbrug verbindt kantoor met de hallen. De gangwanden zijn open gemaakt en etaleren de bedrijven. De gangen geven ruimte aan bijzondere plekken voor ontmoeting. De clustering en jaarringen van de diverse gebouwdelen leveren als vanzelf bijzondere representatieve maar ook meer introverte werklocaties. Kantoorachtige ruimtes met glasvezel en klimaatbeheersing worden afgewisseld met grote rauwe werklofts, zowel voor éénpitters en ZZP’ers, alsook voor grotere bedrijven.